De wereld kan niet zonder.

Nu het weer donkerder wordt en er vast een koude winter voor de deur staat – stiekem hoop ik dat – is het fijn om de warmte ook weer bij elkaar te zoeken. Ik bedoel fysieke ontmoetingen. Met aandacht, hoofd en hart bij elkaar. Ik kan me steeds meer zorgen maken over het gebrek aan echt menselijk contact. Overal lijkt de mobiel bijna een vervanger te zijn geworden. Geen aanvulling meer maar regelrecht een invulling. Wat resulteert in kort en vluchtig contact tussen mens en mens. En het ergste: dit wordt doodnormaal gevonden!

De grootste en wereldlijke informatieverstrekker die de komst van de gsm en de computer de laatste 20 jaar heeft ingenomen kent zoals iedereen weet ook een keerzijde: allereerst de schrikbarend toegenomen straling van wifi-golven met alle dramatische gezondheidsgevolgen voor de mens maar ook het ontbreken van echt contact. Echte, diepe verbinding. Tussen mens en mens maar ook tussen mens en dier. De paradox: de enorme verruiming door de instroom van allerlei communicatiemiddelen waardoor wij kunnen corresponderen van en naar alle gebieden van de wereld én tegelijkertijd de verenging en verarming van waarlijk fysiek en emotioneel gevoelscontact.

Ik realiseer me terdege hoe mijn wereld bijvoorbeeld door facebook enorm is uitgebreid. Met ruim 1400 ‘’vrienden’’ kan ik mijzelf laten zien, mijn bedrijf op de kaart zetten en lees ik wat bij hen speelt. En tegelijkertijd als ik niet oppas, raak ik versplinterd en versnipper ik mijzelf, gaat de focus van binnen naar buiten. Door teveel bezig te zijn met social media maakt mijn hoofd snel overuren en gaat dat ten koste van mijn rust, mijn lichaam en mijn mijmeringen aan zelfbeschouwing. Een lange dag ‘’je stierlijk vervelen’’ wordt niet aangemoedigd in deze drukke maatschappij maar kan wel een enorme verrijking en ontspanning zijn van je innerlijk leven. Helaas klinkt dat wat minder hip, een ‘’och ik heb het zo druk’’ geeft toch een veel interessantere indruk. En interessant willen we zijn.

Volle hoofden.

De gsm en computers zijn niet meer weg te denken uit onze leefwereld. Ze geven ons veel informatie en de wereld is letterlijk binnen handbereik. Er is gewoon geen  informatie meer waar je niet bij kan. En dat is handig aan de ene kant maar waarom zou je dat willen? Worden onze hoofden niet te vol en onze harten te leeg? Kijk, ik heb het niet over het ópheffen van het hele internetverkeer of mobiele netwerkverkeer, ik heb het over het inperken van ons overmatig gebruik.

Wie schreef ook alweer eeuwen geleden dat de mensheid ten onder zal gaan aan eigen technologische ontwikkelingen? En wat dacht je van Atlantis. Een hoogstaandebeschaving met progressieve en innovatieve uitvindingen op allerlei gebied, teloor gegaan aan zijn eigen vooruitgang.

Irritante onderbreking.

Wanneer mijn lief met de telefoon in de aanslag een gesprek met me voert, voel ik me onrustig worden. Of erger, als hij midden in ons gesprek er een paar keer uit gewoonte op kijkt. Misschien ben ik te ouderwets of hanteer ik te hoge maatstaven maar als verbinder- pur- sang, voel ik me er niet goed bij. Ik wil in een gesprek oogcontact en wederzijdse aandacht. Ik wil verbindingen en uitwisseling in rust zonder allerlei nodeloze afleidingen en storingen.

Ik raak de draad kwijt wanneer te vaak de aandacht verslapt of onderbroken wordt en de interesse naar een doods apparaat gaat. Er zit dan gewoon een immens irritante stoorzender tussen. Niet dat ding is de stoorzender overigens, wel de keus om daar veel op te kijken. Een killer tussen twee mensen. Een liefdesmoordenaar. Voor mij dan. ’’Gebruik dat ding als je alleen bent’’, roep ik dan. Ik wil een gesprek. Of niet. Maar niet half. Daar word ik doodmoe van en gefrustreerd. Het contact en de communicatie lekt weg en als dat herhaaldelijk gebeurt, denk ik: ‘’laat maar zitten’’.

De wereld kan niet zonder.

Afgelopen zomer met die zonovergoten uren in Nederland heb ik regelmatig op terras zitten schrijven. Wat ik om me heen zag, waren moeders (en soms vaders, in minder groten getale) met hun pasgeborenen in kinderwagens of baby’s in buggy’s. Moeders met de telefoon in de hand, kijkend met gebogen hoofd, geconcentreerd naar het apparaat. Druk append of bellend. En niet slechts luttele minuten.

Met pijn in mijn hart keek ik die taferelen aan. Als ik dan naar de baby keek, dan zag ik die om zich heen kijken, naar moeder zoeken, soms beginnen te huilen, een dikke pruillip trekken of stil wachten op mogelijk komend contact.

“Hoe moet dat later’’, vroeg ik me dan af, wanneer ze naar school gaan en ook veelal op de laptop, tablet of telefoon zullen zitten. Zij kennen het leven immers niet anders. Waar blijft de ruimte voor hun gevoels- en binnenwereld? Hun ontdekken en zintuiglijke waarneming van de fysiek wereld? Nu weet ik dat er een groot aantal ouders zijn die zich bewust zijn van dit fenomeen en andere keuzes maken maar ik vrees dat ze sterk in de minderheid zijn.

Mijn hart huilt. Kinderen hebben contact nodig. Aanraking. Liefde. Aandacht. Zij moeten gezien worden zodat ze zichzelf leren kennen, én de ander. Hebben uitwisseling nodig en een hart wat voldoende bij hen kan zijn. Zal het kind zich zo vroeg al niet eenzaam voelen?

Het is allerminst bedoeld om te oordelen of een vinger te wijzen. Ik wil enkel de gevolgen van dit wereldbeeld kenbaar maken en mijn zorg uitspreken. Het verbinden als sociaal aspect is noodzakelijk voor het welzijn van ieder mens.

Bewegen.

Daarnaast wordt het lichaam ondergeschikt gemaakt en veel te weinig gebruikt om te bewegen. In mijn lagere schoolleeftijd hingen we in de pauzes aan de rekstokken, renden ons rot, verstopten we ons achter schuren en bomen, schommelden we hoog totdat we bijna over de kop gingen en klommen in bomen. We gebruikten het lichaam voor wat het was en wat het kon. Je leerde daarin ook je grenzen kennen én je lichaam te bewonen. Elk lichaam heeft beweging nodig en niet alleen een opgroeiend kind. Ik weet nog toen ik op mijn dertigste mijn eerste auto kocht, ik in dat jaar zes kilo aankwam! Zes kilo’s gratis en voor niks.  Puur omdat ik de fiets niet meer pakte en met mijn kont in de auto zat. Lekker en gemakkelijk. En zo ook het gebruik van de laptop en de mobiele telefoon. Vroeger zocht ik informatie op in de bibliotheek en kopieerde ik stapels bladzijden; zat ik later in mijn studietijd met studiegenoten uren achtereen handgeschreven werkstukken te maken. Nu zag ik laatst vele studenten achter het scherm van hun Apple’s hetzelfde doen. Het is niet verkeerd. De tijd is veranderd. Zoveel sneller en digitaler. Maar het is niet meer in balans.

En ik mis het. Zelf lees ik het liefst met een boek in mijn handen. Dat geeft rust. Een e-book is superhandig als je bijvoorbeeld op vakantie gaat, maar ik kan er niet aan ruiken, ik kan de bladzijden niet krullen, kan er geen notitie in maken en ik zet het niet weg in mijn kast als naslagwerk. Ik weet het, Ik ben vast een romantische eind veertiger. En nee, het leven vroeger was niet beter. Of mooier. Maar het was wel meer een fysieke wereld. Met veel minder prikkels. Met meer stilte ook. Minder ruis door televisieprogramma’s en beeldschermen. En zoveel minder piepjes, deuntjes, belletjes in treinen en supermarkten.

Ik verlang er naar. Dat ik niet opzij hoef te gaan voor een tegemoet lopende voetganger die druk bezig is met zijn telefoon. Ik stap ook niet meer opzij. Ik roep nu meestal even: ‘’boeh’’. Daar schrikt de  apper van op. Het werkt eigenlijk altijd.  Ik hoef mij niet meer aan de kant te haasten en  door het verstoord opkijken van de apper is er toch even oogcontact geweest ….